Waarom?


Tjitske, onze oudste koe, is 16 jaar geworden!
Sex voor koeien

smk

Op de waddenhoeve hebben de koeien nog echte sex. Met de eigen stier worden koeien gedekt. Op de site staat een filmpje hoe de daad in zijn werk gaat.

Mobiele melkstal

Een tijd geleden stond er in het blad "Melkvee" een artikel over de Harmanna Hoeve. De tekst van het artikel is hier integraal opgenomen. Klik hier voor het artikel (4,5 Mb) zoals dat in "Melkvee" stond (Door: Anne Hiemstra Fotografie: Dick Breddels/Anne van der Woude)

koekoeklVanwege de slechte ver- standhouding met zijn ver- pachter, fabriceerde Anne Koekkoek eigenhandig een mobiele melkstal. „Als we hier weg moeten, kunnen we alles zo op een vracht- wagen laden." Met zijn vrouw Anneke verzuivelt hij zelf de melk van hun unie- ke veestapel. „Ik gebruik slechts stieren uit moeders die minimaal 100.000 liter melk hebben geproduceerd."

Zowel de ouders van Anne Koekkoek, als die van zijn vrouw Anneke Hoekstra waren geen boer. Dat zij een renderend melkveebedrijf op poten hebben gezet, dwingt dan ook respect af. Het was geen gemakkelijke weg, zo vertelt Anne. „Na de biologische vakschool, waar ik Anneke heb leren kennen, kon ik aan de slag als medewerker en bedrijfsleider op een melk- veebedrijf in de Achterhoek. In die periode kocht ik een paar koeien, die we bij de buur- man stalden. Hij had een gangbaar bedrijf en molk ook onze dieren, terwijl wij de melk zelf verzuivelden. Voor boerenzuivel had je in 1987 namelijk nog geen quotum nodig", vertelt de van oorsprong uit het Noord-Hollandse Anna Paulowna afkomstige Koekkoek.

De melkveehouder verwerkte de melk van zijn vijf koeien tot boerenvanillevla, een product dat nog niet bestond. „Vanille is eigenlijk de vrucht van de vanilleplant, die vooral groeit in Indonesië en op het Franse eiland Réunion.Via een pater konden we op een goedkope manier aan vanillestokjes komen, waarbij we boven- dien zeker waren dat de telers niet werden uit- gebuit. En met de vanillevla leurden we vervol- gens langs natuurwinkels", vertelt Koekkoek. Later verkocht het stel boerenvanillevla en - chocoladevla aan de groothandel, waarna de vla al snel uitgroeide tot een begrip.
„In 1989 hadden we dertig koeien bij de buur- man, toen we de kans kregen dit bedrijf hier in Harlingen te kopen", vervolgt Anne. „De eige- naar wilde een biologische boer op zijn bedrijf en na veel wikken en wegen, besloten we de gok te wagen. Het bedrijf met 42 hectare grond bleek echter slecht te zijn onderhouden. Uitein- delijk kochten we 37 koeien, 240.000 kilogram melkquotum en wat machines voor 560.000 gulden. En achteraf precies op het goede mo- ment, want de Achterhoekse buurman vertrok in diezelfde periode naar Zuid-Afrika, zodat onze koeien daar sowieso weg moesten." In het Friese Harlingen trof Koekkoek een boer- derij met een grupstal. Hij is daarom eerst een melkstal gaan bouwen met daarbij ruimte om de melk te verwerken.

Vindingrijkheid

Koekkoek kon de melk direct aan Campina Ecomel in Limmen leveren. „Vol goede moed zijn we dan ook met biologisch begonnen. De eerste jaren was er een tekort aan biologische melk, zodat we erop gingen gokken dat we een overschot mochten leveren." Koeien waren er namelijk voldoende. Van de 37 aanwezige dieren vertrok weliswaar de helft, maar de 30 koeien die al eerder in eigendom waren, kwa- men ook mee naar het noorden.
Omdat zelfzuivelproducten nog altijd quotum- vrij waren, verzuivelden Anne en Anneke een deel van de melk zelf. „We waren de eersten met biologische zuivel in pakken, toen er net een reclamecampagne werd gelanceerd met biologische producten in flessen. Daardoor konden we nog slechts tien procent afzetten in de winkels, die bang waren voor imagoschade. Ik heb daarop Milieudefensie gebeld. Na flink aandringen, kreeg ik voor elkaar dat ze voor ons gingen regelen dat we weer konden over- stappen op flessen", aldus Anne. Zoals initiatieven soms bij de knop zijn af- gebroken, liet de vindingrijkheid van Anne Koekkoek zich niet de kop indrukken. „In 1993 was er een goede biologische melkprijs en kregen we bovendien zuivelquotum toe- gewezen, waardoor het quotum groeide naar 377.000 kilogram melk. Vanwege de kleinere marges en drukte met opgroeiende kinderen, gingen we alles aan de fabriek leveren. Boven- dien gingen wij zelf biologische karnemelk produceren.Voor karnemelk was geen quotum nodig, omdat er geen vet in zit en Nederland een vetquotum kent. We kwamen dus met een product waar we vrij in konden groeien. Daar- voor hebben we hier ergens in de buurt een karn opgescharreld. Op een gegeven moment verleasden we een deel van het melkquotum, waarbij we de vrijgekomen melk aanwendden voor karnemelk. Zo sneed het mes dus aan twee kanten", aldus Anne, die wel aangeeft dat ook karnemelk inmiddels niet meer quotum- vrij is.

Kwark

Koekkoek heeft ervaren dat een plaats op de markt veroveren, niet eenvoudig is. „Een goede naam is belangrijk en zo ontdekten we dat op Texel Waddenzuivel werd gemaakt. Daar ble- ken ze te willen stoppen met de productie van karnemelk, vanwege de lage marges en een melktekort, juist in de periode dat wij met de karnemelk begonnen. Wij konden daardoor de productie overnemen, terwijl ze op Texel door- gingen met het maken van de veel duurdere biologische kwark. Omdat kwark lucratief is, wilden wij dat eigenlijk ook wel maken. Wij hadden echter nooit verwacht dat het Texelse bedrijf de productie wel wilde afstoten, toen bleek dat de kwarkmaker wat anders wilde gaan doen. Of de bank ons nog geld wilde le- nen, wisten we ook niet. Maar met de verkoop van een beetje quotum bleek het te kunnen. Sinds bijna een jaar hebben we nu dus ook de kwark erbij, zodat we inmiddels 90 procent van het quotum zelf verzuivelen."
Koekkoek heeft bij zijn ambitie om boer te worden, altijd tegen de stroom in moeten roei- en. Met zijn creativiteit wist hij als melkvee- houder echter een inkomen te vergaren. Hij ergert zich dan ook aan alle regels en ‘over- bodige instanties' die de veehouders remmen. „Het quotum moet er zo snel mogelijk af", stelt hij. Koekkoek zegt geen megabedrijf te am- biëren, maar heeft als doel een gezinsbedrijf, waarmee een goed belegde boterham valt te verdienen. Vooruitlopend op het quotumvrije tijdperk, houdt de veehouder alvast alle jong- vee aan, zodat het bedrijf kan groeien.

Breezewood Patsy Bar-Pontiac

Uit de eigen aanwas kan de veestapel op de Harmannahoeve vlot groeien. De gemid- delde leeftijd bedraagt namelijk vijf jaar en acht maanden, waarbij er het afgelopen jaar slechts drie koeien zijn afgevoerd. De hoge le- vensduur hangt samen met de unieke fokkerij en met het feit dat de koeien qua productie niet tot het uiterste worden gedreven. Zo ligt de productie op 6.000 kg melk met 4,00% vet en 3,35% eiwit. „Dat is niet zo veel, maar de krachtvoergift is met 600 kilo per koe met bijbehorend jongvee per jaar dan ook laag.
De koeien moeten het volledig doen van de grasopbrengst, aangevuld met wat hooi van het natuurland", aldus Koekkoek. „Ove- rigens slaagt vrijwel niemand er in om meer dan 6.000 kilo melk van een hectare te halen." Ook in de fokkerij blijkt Koekkoek een vrij- denkend persoon. Hij gaat zijn eigen gang, volkomen los van de ‘voorschriften' van de gevestigde orde. „Genetische vooruitgang be- staat niet, er is slechts sprake van inflatie", stelt hij. Koekkoek las ooit een artikel over de koe Breezewood Patsy Bar-Pontiac. Deze in 1978 overleden koe produceerde in haar leven maar liefst 193.300 kg melk met 4,5% vet, terwijl ook haar moeder en grootmoeder de 100.000 kg melk ver overschreden. Ook in de nafok bleek de koe goed voor hoge levensproducties, wat Koekkoek jaren geleden deed besluiten om stieren uit deze familie te gebruiken, als hij ooit boer mocht worden.

Lakefield Fobes Delight

Via Breezewood Patsy Bar Pontiac kwam Koekkoek in aanraking met de van oorsprong Nederlandse professor Frederik Bakels, die in de jaren '50 drie Amerikaanse fok- lijnen naar Duitsland had gehaald. De foklijnen waren geselec- teerd op levensproductie en Bar-Pontiac's grootmoeder (via moeder Breezewood Champion Barbara) Prin- cess Breezewood RA Patsy bleek de stammoe-der te zijn van Bakels' B-lijn.
Koekkoek besloot vooral door te gaan met deze B-lijn en tot op de dag van vandaag gebruikt hij de stieren Barbarossa (v. Ray- mondale Sovereign Master) en Cadillac (v. Penstate Ivanhoe Star), die allebei zonen zijn van Bar-Pontiac. Ook de door Bakels gefokte stieren Plix Pu (v. Barbarossa) en Plix Orion (v. Cadillac) worden nog steeds gebruikt op de Harmannahoeve.


Koekkoek's zoektocht naar genen die garant staan voor hoge levensproducties, beperkte zich niet tot Bar-Pontiac zelf. Hij ploos name- lijk ook de vaderlijn van deze bijzondere koe uit en ontdekte dat haar vader Zeldenrust Roy- al Pontiac een zoon was van Carnation Royal Master, op zijn beurt een zoon van Lakefield Fobes Delight. Haar in 1942 geboren moeder Minnow Creek Eden Delight werd ruim 21 jaar oud en produceerde bijna 130.000 kg melk met 4,33% vet. Net als Bar-Pontiac was ook Delight recordhouder voor levensproductie. Dochter Lakefield Fobes Delight was van hetzelfde la- ken een pak. Fobes Delight werd ruim 20 jaar oud en was één van de eerste koeien die meer dan 300.000 lbs (136.000 kg) melk produceer- de. „Het is dus niet toevallig dat Bar-Pontiac tot zo'n hoge levensproductie kon komen. De levensduur is stevig verankerd in haar genen", aldus Anne. Naast Carnation Royal Master had Fobes Delight nog een zoon, namelijk La- kefield Fond Hope. Hij was de vader van No- Na-Me Fond Matt, een stier die Koekkoek ook nog altijd gebruikt. Fond Hope's kleinzoon Wayne, de moedersvader van Blackstar, staat eveneens op Koekkoek's inseminatielijstje.

100.000 kg melk

Een andere invloedrijke koefamilie op de Har- mannahoeve, is de Pinehurst-koefamilie. Deze familie is gelinkt aan Delight, aangezien stam- moeder Jan-Com Fond Matt Matilda (EX-97) een dochter is van Fond Matt. Het Pinehurst- bedrijf behoorde jarenlang tot de exterieurtop van de Verenigde Staten, terwijl tevens hoge levensproducties werden gehaald.
Zo kent de stier Pinehurst Esprit in de moe- derlijn achtereenvolgens Pinehurst Coquette, Pinehurst Pleasure, Pinehurst Precious en Fond Matt Matilda, allen koeien die fors meer dan 100.000 kg melk produceerden en allen meermalen excellent zijn verklaard. Coquette produceerde zelfs meer dan 150.000 kg melk. Naast Esprit gebruikt Koekkoek Pinehurst Fol- low On, een zoon van Pinehurst Avant-Garde, die op zijn beurt weer een zoon is van Precious. Ook Follow On's moeder Ernlo Fancy Faithful produceerde meer dan 150.000 kg melk.
Anne Koekkoek heeft veel kennis van koef- amilies, maar noemt bij het nalopen van de pedigrees nauwelijks stieren. „Een stier is maar een slap aftreksel van de moederlijn. De moederlijn is veel belangrijker", stelt de vee- houder. „Koeien met hoge levensproducties hebben bewezen dat ze goed zijn. Je kunt wel op allerlei onderdelen fokken als bijvoorbeeld uiers of benen, maar je weet zeker dat het goed zit bij koeien met hoge levensproducties. An- ders worden ze niet zo oud. Het uitgangspunt bij mijn selectie van stieren is dan ook dat stiermoeders altijd minimaal 100.000 kilogram melk moeten hebben geproduceerd, van welk ras ze ook zijn. En dan het liefst meerdere ge- neraties achter elkaar."

Kruisen

De opmerking ‘van welk ras ze ook zijn' blijkt niet voor niets. In de koppel lopen niet alleen zwartbonten, maar ook Brown Swiss-kruis- lingen. Tevens maakt hij gebruik van Scan- dinavische Roodbonten, Montbéliardes en Fleckvieh. „Eén van de grootste fouten die er in de Holstein-fokkerij zijn gemaakt, is dat be- spiering is verdwenen. Als je dat er weer inzet, worden koeien vanzelf robuuster", stelt Koek- koek, die niet zozeer op onderdelen let, maar voortdurend combinaties probeert te maken tussen dieren met hoge levensproducties. Paringen maakt hij op basis van het aAa-sy- steem, het systeem waar op het Pinehurst-be- drijf ook decennia lang mee is gewerkt. „Er is één nadeel aan deze oude bloedlijnen en dat is het lage eiwit. Aanvankelijk was dat niet zo'n probleem, omdat Limmen een positieve grondprijs voor melk hanteerde. Maar dat is nu niet meer zo", zegt Koekkoek, waardoor hij de stier Woudhoeve Russel een beetje is gaan gebruiken. Andere stieren die worden ingezet, zijn Tops, zijn zoon Terminus, Penstate, Skag- vale Countryman en zijn kleinzoon Skagvale High Country. Maar ook Nederlandse stieren als Optimist, Blackprice en Rembrandt heb- ben kansen gekregen.

Ik heb een kruisingsveestapel en een Holstein-veestapel", vertelt Anne Koekkoek over zijn letterlijk en figuurlijk bonte verzameling koeien. Zo blijkt er een Brown Swiss x Fries Hollands-kruisling aanwezig, een hele kleine Jersey-kruisling en een fraaie koe met over- duidelijk Brown Swiss-invloeden. „Die is inge- teeld. Haar moeder was een Energy-dochter, die we niet meer drachtig konden krijgen. Wij hebben haar toen laten dekken door de stier. En dat was haar zoon." Koekkoek heeft met inteelt meer goede resultaten gehaald. „Dat is een ingeteelde Bakels-koe", wijst de veehouder naar HHO Tjitske (Plix Orion x Plix Pu). Het blijkt een jeugdige koe met de uier nog duide- lijk boven de hak, terwijl ze toch al tien keer gekalfd heeft. In haar buurt loopt een andere vitale koe die nog jaren mee lijkt te kunnen. Zij heeft echter al veertien kalveren voortge- bracht, waarvan vier tweelingen. Haar vader was een eigen stier van Barbarossa, terwijl haar moeder een Tops-dochter was.

Een stier die Koekkoek eveneens gebruikt, is de Brittish Friesian-stier Mr. Frosty. De stier die bekend is, omdat geen enkel dier in zijn pedigree ooit antibiotica heeft gekregen. „Ik gebruik al twee jaar geen antibiotica meer", verklaart Koekkoek zijn interesse in de stier. Daarbij weet de veehouder het celgetal op 100 te houden. „Ik gebruik een goede dip, spoel bij een hoog celgetal het melkstel met heet wa- ter na, hanteer een laag vacuüm van 40 kPa, heb laag liggende melkglazen en -leidingen en gebruik nauwe, extra soepele Amerikaanse tepelvoeringen. En ik melk altijd zelf", aldus Koekkoek. Dat laatste vindt hij niet belastend. „Mijn melktijden variëren nogal. Soms zijn we tot half twee 's nachts bezig met de zuivelverwer- king. Dan begin ik de volgende ochtend gerust om acht uur in plaats van om zes uur. Als ik laat ben, zijn de koeien soms nog langzamer dan normaal", lacht de veehouder. Koekkoek gaat ontspannen met zijn vee om. „Stress is pas echt slecht", zegt hij, terwijl hij een willekeurige koe in de wei over de kop aait. „Mijn koeien zijn niet ziek als ze wel een keer uierontsteking krijgen. Ze komen er meestal vanzelf weer overheen en als dat niet zo is, maken we haar driespeen."Ondanks dat ze al- lemaal hoorns hebben, zijn de dieren rustig en mak. „Dat kan ook best, zolang je de stal maar aanpast aan de behoeftes van de koe. Een koe vraagt lucht en ruimte." De stal is niet veel meer dan een dak met daaronder ligboxen. In de ligboxen liggen autobanden en stro.

Mobiele melkstal

„De hele stal is gemaakt van prefab-materi- alen. We hebben een slechte relatie met de verpachter en als we hier weg moeten, kun- nen we de stal zo op een vrachtwagen laden." Om die reden heeft Koekkoek zelf een mobiele melkstal ontworpen. Eerst is er een gat gegra- ven, waar een metalen bodem en zijkanten in werden geplaatst. In de kuil is vervolgens een uitneembare, grote bak geplaatst, die moet dienen als melkput. Zo is de 2x12 rapid exit- melkstal verplaatsbaar, evenals alle melkap- paratuur. De melkkamer is in twee verrijdbare RVS-containers geplaatst. „Als het ons lastig wordt gemaakt, zijn we zo weg. Maar dan ne- men we wel alles mee", lacht Koekkoek. Vooralsnog hoopt hij van zijn bedrijf in Harlin- gen te genieten, waar een deel van de veesta- pel getooid is met heuse koebellen. Koekkoek: „De Brown Swiss-koeien hebben een koebel. Ik vind het leuk en het hoort toch een beetje bij hun land van afkomst. Bovendien, als je eens weg bent geweest en je hoort de koebellen, dan weet je dat je weer thuis bent."

 
Antbioticavrij

antbioticavrij

Waddenhoeve het enige merk zuivel in Nederland waarbij in de bedrijfsvoering gegarandeerd geen antibiotica wordt gebruikt. Lees meer